Spectrum, opgericht in 1941, is een van de oudste nog bestaande Nederlandse meubelmerken. De collectie bestaat uit een basis van ontwerpen uit eind 50-er, en 60-er jaren, die ondertussen gekend zijn als de klassiekers van Spectrum. Daarnaast zijn er door de jaren heen nieuwe ontwerpen toegevoegd, allen van Nederlandse ontwerpers. Allemaal met een zelfde basis-gedachte: authentieke, onderscheidende, sterke ontwerpen, waar afwerking en details uiterst belangrijk zijn. Meubelen zonder ornament waarvan de schoonheid wordt bepaald door een doordachte en uitgebalanceerde vorm en proportie.

Spectrum heeft een eerlijke, maatschappelijk verantwoorde productie hoog in het vaandel staan. Daarom wordt de hele collectie in Nederland geproduceerd, door de beste meubelmakers. 

De meubelen worden verkocht in de mooiste interieurzaken die zich richten op de high end design markt. Zij tonen onze collectie aan de consument. Daarnaast werken we met goede architectenbureau's samen, die de meubelen toepassen in kantoren, onderwijs-, zorg-, en overheidsinstellingen, als bibliotheken en gemeentehuizen. Ook in de Nederlandse Ambassades worden meerdere meubelen uit de Spectrum collectie toegepast.

De collectie breidt zich elk jaar verder uit en wordt tegenwoordig in de meeste West-Europese landen, in de USA, Canada en Japan verkocht.

Met een klein, toegewijd en enthousiast team willen we u laten zien hoe onze meubelen een verschil kunnen maken voor uw woon- en werkomgeving!

HISTORIE:
In Januari 1941 werd ‘t Spectrum in Bergeijk opgericht, als dochteronderneming van Weverij de Ploeg. De belangrijkste reden hiervoor was het voorkomen dat werknemers van de weverij tewerk gesteld zouden worden in Duitsland. Daarnaast konden contacten met klanten onderhouden worden en konden de grondstoffen die beschikbaar waren optimaal benut worden. Hiervan werden bijv. houten woonaccessoires als schalen, kandelaars en lampjes gemaakt.

Na de oorlog werd het een bedrijf met een eigen directie en werd de collectie uitgebreid met kleine meubelen als krukken, lectuurbakken, maar ook kindermeubelen. Pas in de tweede helft van de jaren vijftig onderging de collectie een sterke verandering en ging het bedrijf zich meer richten op grotere meubelen (fauteuils, tafels banken). Ook kon toen met o.a. metaal gewerkt worden, aangezien toen pas het verbod op gebruik van staal voor meubelproductie werd opgeheven.

‘t Spectrum had duidelijke opvattingen over een goede vormgeving van meubelen, welke in de loop van de jaren nauwelijks veranderden. Gedurende WO II had de economische situatie een sterke invloed: meubelen moesten zo min mogelijk kosten, en er moest zuinig omgegaan worden met materiaal. Daarnaast moest het voor Spectrum functioneel zijn, de vorm werd bepaald door de functie. Ook degelijkheid (goede kwaliteit en uitvoering) door gebruik van hoogwaardige materialen speelde een rol. Er werd geprobeerd deze degelijkheid een tijdloze vorm te geven, waardoor uitwijken naar het modieuze werd voorkomen.

Toen besloten werd ’t Spectrum op grotere schaal voort te zetten, werd ontwerper Martin Visser aangetrokken, wiens talrijke ontwerpen in hoge mate het karakter van de collectie bepaalden. Hij zocht ook het contact met freelance ontwerpers die allen tekenden voor diverse ontwerpen. Voorbeelden waren beeldend kunstenaar Constant Nieuwenhuijs, Benno Premsela en Kho Liang Ie. Zij gingen bij het ontwerpen allemaal uit van de functie en het gebruik van een meubel. Ook de bedrijfscultuur bleef: men wilde goed vorm gegeven meubelen bereikbaar maken voor een grote groep, goede vormgeving in het algemeen stimuleren en de consumenten hiervan het belang in laten zien. Door de hoge kwaliteitseisen werden de meubelen echter niet goedkoop en dat maakte ze, ondanks de doelstelling, voor velen niet bereikbaar.

’t Spectrum is nooit echt een meubelfabriek geweest. Vanaf het begin besteedde het bedrijf een belangrijk deel van de productie uit aan andere gespecialiseerde bedrijven en hield het slechts enkele activiteiten in eigen hand. Hierdoor hoefde niet geïnvesteerd te worden in dure machines of huisvesting. Daarnaast kon een meubel gemakkelijk uit de collectie gehaald worden wanneer het onvoldoende bleek te verkopen. ’s Spectrum kon zich daardoor makkelijk aanpassen aan veranderingen op de markt.

Evenals veel andere Nederlandse bedrijven kwam ’t Spectrum begin jaren 70 in financiële en organisatorische moeilijkheden. Enkele reden hiervoor waren de duidelijk dalende koopkracht en de groei van import van buitenlandse, goedkopere, producten ten koste van Nederlandse fabrikanten. In maart 1974 werd besloten het bedrijf te liquideren.

Enkele oud-werknemers waren echter geïnteresseerd in voortzetting van het bedrijf, wat onder de naam “Arspect” werd gedaan. Zij wilden een klein aantal van de “oude” Spectrummeubelen blijven voeren en vulden de collectie aan met nieuwe meubelen. Daarnaast importeerde Arspect meerdere Italiaanse en Scandinavische collecties.

In de loop van de jaren richtte Arspect zich steeds meer op projectmeubelen, waardoor de handel in meubelen voor particulieren en het contact met detaillisten werd verwaarloosd. Toen in de loop van de jaren 80 enkele grote opdrachtgevers wegvielen, bleek Arspect niet in staat dat verlies op te vangen en moest zij haar deuren sluiten.

Een van de oud-werknemers richtte opnieuw een bedrijf op, met het doel de klassiekers toch op de markt te kunnen houden. Dit is het huidige “Spectrum”. Kleine wijzigingen die Arspect aan de oude collectie had aangebracht, werden terug gedraaid en langzaam maar zeker werd de collectie uitgebreid. Nog steeds bleek dat de meubelen van Martin Visser goed combineerden met de designmeubelen die in de jaren tachtig, negentig en dit decennium ontworpen worden.

Bovenstaande informatie komt uit het in maart 2002 verschenen boek “ ’t Spectrum, moderne meubelvormgeving en naoorlogs idealisme” ISBN 90 6450 462 8