
“logo ’t Spectrum”

“Houten woonaccessoires”

“Pas in de tweede helft van de jaren vijftig werden
grotere meubelen vervaardigd”

“Ontwerpen Martin Visser jaren 60”


“Tafels 20/21/22 ontworpen door Martin Visser en zijn vrouw Joke van
der Heijden”
|
 |
Spectrum, zoals we het nu kennen, heeft een roerige
geschiedenis achter de rug. Toch zijn onder alle
omstandigheden enkele richtlijnen altijd duidelijk
herkenbaar geweest: functionalistisch ontwerpen, meubelen
zonder ornament waarvan de schoonheid werd bepaald door een
doordachte en uitgebalanceerde vorm en proportie. Daarnaast
gebruik van hoogwaardige materialen en de wil om goede
vormgeving onder een breed publiek bekend te maken.
In Januari 1941 werd ‘t Spectrum in Bergeijk opgericht, als
dochteronderneming van Weverij de Ploeg. De belangrijkste
reden hiervoor was het voorkomen dat werknemers van de
weverij tewerk gesteld zouden worden in Duitsland. Daarnaast
konden contacten met klanten onderhouden worden en konden de
grondstoffen die beschikbaar waren optimaal benut worden.
Hiervan werden bijv. houten woonaccessoires als schalen,
kandelaars en lampjes gemaakt.
Na de oorlog werd het een bedrijf met een eigen directie en
werd de collectie uitgebreid met kleine meubelen als
krukken, lectuurbakken, maar ook kindermeubelen.
Pas in de tweede helft van de jaren vijftig onderging de
collectie een sterke verandering en ging het bedrijf zich
meer richten op grotere meubelen (fauteuils, tafels banken).
Ook kon toen met o.a. metaal gewerkt worden, aangezien toen
pas het verbod op gebruik van staal voor meubelproductie
werd opgeheven.
‘t Spectrum had duidelijke opvattingen over een goede
vormgeving van meubelen, welke in de loop van de jaren
nauwelijks veranderden.
Gedurende WO II had de economische situatie een sterke
invloed: meubelen moesten zo min mogelijk kosten, en er
moest zuinig omgegaan worden met materiaal. Daarnaast moest
het voor Spectrum functioneel zijn, de vorm werd bepaald
door de functie.
Ook degelijkheid (goede kwaliteit en uitvoering) door
gebruik van hoogwaardige materialen speelde een rol. Er werd
geprobeerd deze degelijkheid een tijdloze vorm te geven,
waardoor uitwijken naar het modieuze werd voorkomen.
Toen besloten werd ’t Spectrum op grotere schaal voort te
zetten, werd ontwerper Martin Visser aangetrokken, wiens
talrijke ontwerpen in hoge mate het karakter van de
collectie bepaalden. Hij zocht ook het contact met freelance
ontwerpers die allen tekenden voor diverse ontwerpen.
Voorbeelden waren beeldend kunstenaar Constant Nieuwenhuijs,
Benno Premsela en Kho Liang Ie. Zij gingen bij het ontwerpen
allemaal uit van de functie en het gebruik van een meubel.
Ook de bedrijfscultuur bleef: men wilde goed vorm gegeven
meubelen bereikbaar maken voor een grote groep, goede
vormgeving in het algemeen stimuleren en de consumenten
hiervan het belang in laten zien. Door de hoge
kwaliteitseisen werden de meubelen echter niet goedkoop en
dat maakte ze, ondanks de doelstelling, voor velen niet
bereikbaar.
’t Spectrum is nooit echt een meubelfabriek geweest. Vanaf
het begin besteedde het bedrijf een belangrijk deel van de
productie uit aan andere gespecialiseerde bedrijven en hield
het slechts enkele activiteiten in eigen hand. Hierdoor
hoefde niet geïnvesteerd te worden in dure machines of
huisvesting. Daarnaast kon een meubel gemakkelijk uit de
collectie gehaald worden wanneer het onvoldoende bleek te
verkopen. ’s Spectrum kon zich daardoor makkelijk aanpassen
aan veranderingen op de markt.
Evenals veel andere Nederlandse bedrijven kwam ’t Spectrum
begin jaren 70 in financiële en organisatorische
moeilijkheden. Enkele reden hiervoor waren de duidelijk
dalende koopkracht en de groei van import van buitenlandse,
goedkopere, producten ten koste van Nederlandse fabrikanten.
In maart 1974 werd besloten het bedrijf te liquideren.
Enkele oud-werknemers waren echter geïnteresseerd in
voortzetting van het bedrijf, wat onder de naam “Arspect”
werd gedaan. Zij wilden een klein aantal van de “oude”
Spectrummeubelen blijven voeren en vulden de collectie aan
met nieuwe meubelen. Daarnaast importeerde Arspect meerdere
Italiaanse en Scandinavische collecties.
In de loop van de jaren richtte Arspect zich steeds meer op
projectmeubelen, waardoor de handel in meubelen voor
particulieren en het contact met detaillisten werd
verwaarloosd. Toen in de loop van de jaren 80 enkele grote
opdrachtgevers wegvielen, bleek Arspect niet in staat dat
verlies op te vangen en moest zij haar deuren sluiten.
Een van de oud-werknemers van Spectrum kocht de
ontwerprechten van alle Spectrummeubelen op en samen met
enkele anderen werd weer een nieuw bedrijf opgericht, met
het doel deze ontwerpen op de markt te houden. Dit is het
huidige “Spectrum”.
Kleine wijzigingen die Arspect aan de oude collectie had
aangebracht, werden terug gedraaid en langzaam maar zeker
werd de collectie uitgebreid. Nog steeds bleek dat de
meubelen van Martin Visser goed combineerden met de
designmeubelen die in de jaren tachtig, negentig en dit
decennium ontworpen worden.
Geheel in de geest van ’t Spectrum vult het nieuwe Spectrum
de collectie aan met hedendaagse producten die door hun
vormgeving passen bij de bestaande lijn.
In 2005 werd dit proces versneld, doordat Spectrum
verantwoordelijk werd voor de verkoop van de collectie
Lente, een jong Nederlands bedrijf met dezelfde sobere en
heldere lijnen als de Spectrum collectie. 3 Jaar lang heeft
Spectrum deze collectie verkocht onder de originele merknaam
Lente, waarna de 2 collecties geïntegreerd zijn en vanaf
2008 samen de nieuwe Spectrum collectie vormen.
Hoewel nieuwe ontwerpen nog steeds een functionele
benadering hebben, kunnen vormen vrijer toegepast worden.
Ook worden steeds meer verschillende materialen gebruikt,
aluminium of staal voor de frames, stof, riet of dik
tuigleder voor bekleding, maar ook massief hout en fineer
voor tafels en stoelen.
De collectie wordt op diverse internationale meubelbeurzen
gepresenteerd aan het vakpubliek, en in de showroom
“Toonkamer” in Utrecht aan de consument.
Bovenstaande informatie komt uit het in maart 2002
verschenen boek “ ’t Spectrum, moderne meubelvormgeving en
naoorlogs idealisme” ISBN 90 6450 462 8 |