MARTIN VISSER

martinvisser.jpg

Martin Visser (1922 - 2009) ontwierp slaapbank BR 02.7 eind jaren vijftig, fauteuils SZ 01 en SZ 02, eetkamerstoelen SE 05, SE 06 en SE 07 en eetkamertafel TE 06.7 in 1960 

Martin Visser volgde een opleiding waterbouwkunde aan de MTS. Later werkt hij als bouwkundig tekenaar, ontwerpt hij zijn eerste meubelen voor een vriend en is hij werkzaam op de meubelafdeling van De Bijenkorf in Amsterdam.

lees meer

Via zijn werk bij de Bijenkorf komt Visser in contact met Weverij de Ploeg en ‘t Spectrum en in 1954 wordt hij door Spectrum gevraagd om bij het bedrijf te komen werken als ontwerper en hoofd collectievorming. Vanaf einde jaren 50 bepalen de functionele ontwerpen van Martin Visser het gezicht van de collectie van ‘t Spectrum. De ontwikkelingen in de vormgeving van zijn meubelen loopt dan ook parallel met het gezicht van de collectie (bank BR 02.7, fauteuils SZ 01 en SZ 02, eetkamerstoelen SE 05, SE 06 en SE 07, tafel TE 06.7).
Visser heeft een sterke voorkeur voor ambachtelijk vervaardigde meubelen. Veel van zijn meubelen hebben een industrieel uiterlijk, maar zijn grotendeels ambachtelijk vervaardigd. Tevens vergt hij het uiterste van techniek: het liefst wil hij iets maken wat eigenlijk niet kan! Een voorbeeld hiervan is dat hij de buizen niet buigt, maar zaagt en hoek last. Eerlijk materiaalgebruik, de heldere constructie en gebrek aan decoratie laten tot uitdrukking komen dat Visser grote bewondering heeft voor Berlage en het vooroorlogse functionalisme. Hij wil eenvoudige meubelen maken met zo weinig mogelijk materiaal en zo eenvoudig mogelijke vormen.
In de jaren 60 worden zijn meubelen minder strak en ogen de meubelen massiever, volumineuzer en comfortabeler. De meubelen zijn daardoor ook meer gedateerd.

In de periode 1978-1983 is Visser hoofdconservator moderne kunst in het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. Na deze periode is hij toch weer gaan ontwerpen. In zijn laatste ontwerpen laat Visser zijn opvattingen over eenvoudige en heldere vormgeving los. Het nieuwe werk is veel barokker dan de strenge ontwerpen waarmee zijn naam gevestigd is. De inspiratie komt nu meer uit de wereld van de kunst dan uit die van de vormgeving. Het constructieve aspect blijft belangrijk, maar hij probeert nieuwe vormen en materialen uit als karton en geperforeerd staalplaat.
Onder invloed van zijn echtgenote Joke van der Heijden gaat kleur een rol spelen. Joke verzorgt de kleur en decoratieve elementen, die de vorm en constructie accentueren.

Naast al deze activiteiten bouwt Visser een belangrijke privé-collectie op van hedendaagse kunst. In december 1998 werd Martin Visser’s carrière beloont met de oeuvreprijs voor vormgeving.

 

Gerrit Rietveld

Gerrit Rietveld

Rietveld, Gerrit Thomas (Utrecht 24 juni 1888 – 25 juni 1964), architect en meubelontwerper, leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader. Hij ontwikkelde zich door bijscholing in architectuurtekenen en later architectuur. Hierdoor kwam hij in contact met leden van De Stijl zoals Robert van ‘t Hoff, Bart van der Leck, Theo van Doesburg.In 1919 vestigde Rietveld zich als zelfstandig architect en sloot hij zich aan bij De Stijl.

lees meer

Rietveld’s meubelontwerpen uit deze periode, in de karakteristieke primaire kleuren (rood, geel, blauw), zijn dan ook pure realisaties van de opvattingen van De Stijl. In 1921 ontmoette hij de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder voor wie hij, in nauw overleg, in 1924 het Schröderhuis ontwierp. Na het opheffen van De Stijl in 1931 brak er voor Rietveld een moeilijke periode aan. Door crisis en oorlog werd er minder gebouwd. In deze periode maakte Rietveld wel een groot aantal meubelontwerpen. In de vijftiger jaren kreeg Rietveld steeds meer prestigieuze opdrachten. Zo realiseerde hij in 1958 onder andere de inrichting van het Nederlands paviljoen tijdens de wereld tentoonstelling in Brussel, de Perskamer van het Unesco gebouw in Parijs en bouwde hij “Weverij de Ploeg”. Meerdere malen ontwierp hij ook meubels voor zijn gebouwen. Een belangrijk deel daarvan is nu onderdeel van de collectie van RIETVELD Originals welke sinds de zomer 2014 door Spectrum gevoerd wordt.

 

Studio parade

paulieneneric.jpg

Eric Sloot en Paulien Berendsen, beiden afgestudeerd aan de Design Academy in Eindhoven, richtten in 1991 hun ontwerpstudio op onder de naam Studio Parade.

Studio Parade, gevestigd te ’s-Hertogenbosch, is een multidisciplinair ontwerpbureau dat werkzaam is op het gebied van productontwerp en ruimtelijke vormgeving. Het werkterrein van Studio Parade strekt zich uit van interieurs en meubelen tot aan exposities, producten voor openbare ruimtes, straatmeubilair, grafische én vrije projecten.

lees meer

Opdrachtgevers en gerealiseerde projecten van Studio Parade zijn o.a.:
gemeente ’s-Hertogenbosch: straatmeubilair
Wanssum: interieur TBS kliniek de Rooijse Wissel
Ziekenhuis Arnhem: interieur personeelsrestaurant
Valeur: collectie tuinmeubelen
Stedelijk museum SMS ’s Hertogenbosch: diverse exposities
Consumentenbond Den Haag
Design Acadmey Eindhoven: exposities

www.studioparade.nl

 

Carolina Wilcke

Gerrit Rietveld

Carolina Wilcke’s (1980) interesse in diverse vormen van creativiteit was al van kinds af aan aanwezig. Voordat ze aan haar opleiding als goudsmit begon, wilde ze beeldhouwer worden en noemt Brâncuși als één van haar inspirators. In 2009 studeerde ze af aan de Design Academy Eindhoven, gespecialiseerd in interieur producten die de grens opzoeken tussen kunst en design. Sinds haar afstuderen is haar werk getoond in musea en galerieën over de hele wereld.

lees meer

Carolina’s esthetische handtekening werd direct zichtbaar met haar allereerste installatie: een 3-dimensionaal stilleven “Tafelgenoten”, waarbij verschillende materialen en ambachten gecombineerd worden. De foto van een stilleven, dat tafelgerei uit de installatie toont, verwijst naar zeventiende eeuwse schilders, die hun veelzijdigheid toonden door verschillende texturen in stillevens te schilderen.

Carolina’s achtergrond als goudsmit leidt tot een verfijning in haar werk. Haar eindeloze zoektocht naar de perfecte esthetische verhoudingen en eerlijkheid binnen het ontwerp, maken haar design puur en helder. Haar werken en ontwerpen tonen een eigen identiteit. “Mijn achtergrond als goudsmit is ook zichtbaar in de rest van mijn werk, zelfs als ik een groot kabinet ontwerp. Niet alleen in de manier waarop ik het construeer, maar ook in de details.”

 

Chris Slutter

chris_slutter.jpg

Chris Slutter (1972) studeerde in 1997 af aan de Academie Beeldende Kunsten en Vormgeving AKI in Enschede. In hetzelfde jaar won hij de Nederlandse Meubelprijs met zijn ontwerp van een leunlamp Lazy in de categorie Jonge Ontwerpers. Bovendien kreeg hij een eervolle vermelding in de categorie Industriële Productkwaliteit. 3 Jaar na zijn afstuderen verhuisde Chris Slutter naar Amsterdam waar hij zijn eigen designstudio startte en waar hij nog steeds als zelfstandig vormgever werkt.

lees meer

Slutter’s ontwerpen zijn het resultaat van een intensief zoekproces waarin hij alle mogelijkheden van materialen en ambachtelijke technieken verkent. Hierdoor ontstaat een functionele, heldere en kwalitatieve basis met een vormentaal die men direct verstaat. “Mensen moeten begrijpen wat ik doe, een stoel blijft herkenbaar als stoel waarop je prettig kunt zitten”.
www.chrisslutter.nl

 

Constant Nieuwenhuijs

chris_slutter.jpg

Constant, Nieuwenhuys (Amsterdam 1920 – 2005 Utrecht) is een van belangrijkste Nederlandse kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij was een van de oprichters van Cobra (1948-1951), de internationale groep kunstenaars die na de Tweede Wereldoorlog voor een omwenteling in de schilderkunst zorgde. Begin jaren vijftig begon hij ruimtelijke constructies te maken, een voorbode voor zijn stedenbouwkundige project New Babylon. Dat hij in opdracht van ’t Spectrum midden jaren vijftig ook enkele meubels heeft ontworpen weet bijna niemand.

Als kunstenaar was Constant maatschappelijk zeer betrokken. Centraal in zijn werk staat de vraag hoe de behoefte van het individu om zich creatief te uiten tot maatschappelijke omwentelingen kan leiden. Kunst was in zijn ogen geen kwestie van pure schoonheid maar de uitdrukking van een diep levensbesef.
Om zichzelf te vernieuwen zocht Constant naar een nieuwe abstracte beeldtaal.
In de jaren vijftig maakte hij een groot aantal constructies die niet alleen als zelfstandige sculpturen maar ook als architectonische maquettes bedoeld waren. Zo werd naast de kwast de soldeerbout zijn belangrijkste gereedschap. Eind jaren vijftig werden de constructies opgenomen in New Babylon, een ontwerp voor een denkbeeldige wereldstad van de toekomst. Hier zou de mens niet meer hoeven te werken en kon hij zijn creativiteit volledig ontplooien.

www.stichtingconstant.nl

 

 

Arian Brekveld

arian brekveld 2013.jpg

Arian Brekveld is in 1995 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Hij is een zeer Nederlandse ontwerper; zijn werk is functioneel en practisch, wordt in oplage geproduceerd en heeft qua vorm liefst niet teveel poespas.

Materiaal en concept is voor Brekveld onontbeerlijk voor zijn werk, maar de reden voor zijn ontwerpersbestaan vindt hij in de detaillering en uitwerking van een product of specifiek materiaal.

lees meer

Hij weet op die manier zeer aantrekkelijke, ogenschijnlijk eenvoudige, hele functionele objecten te maken die dikwijls pas bij nadere beschouwing nog een tweede laag, een toegevoegde waarde blijken te bezitten die het eindproduct extra boeiend maakt.

Vanuit zijn studio in Rotterdam werkt hij na het ontwerpproces het liefst direct in ruimtelijke modellen en prototypes. Op deze wijze weet hij materialen en vormen perfect naar zijn hand te zetten.

Brekvelds specialiteit, een combinatie van idee, innovatieve en vakkundige uitvoering en een heldere, bijna sobere vormgeving, leveren een tijdloos product op, het kenmerk van de meeste bestsellers . Er zijn intussen veel succesvolle producten van zijn hand op de markt, en hij werkt voor opdrachtgevers als Royal VKB, Royal Delft, Hella Jongerius, Imperfect Design en Droog.
Brekvelds ontwerpen behoren onder andere tot de collecties van musea zoals Moma New York, Boijmans van Beuningen en het Stedelijk museum Amsterdam.

www.arianbrekveld.com

 

Ruud-Jan Kokke

ruud-jan kokke.jpg

De ontwerpen van Ruud-Jan Kokke (1965, Velp) kenmerken zich door een persoonlijke stijl en vormgeving met oog voor detail en functionaliteit. Ze hebben een hoge technische en visuele kwaliteit met een sober en inventief, speels karakter en zoeken de grenzen op van de mogelijkheden van het gebruikte materiaal. Kokke zoekt door tot er een ontwerp ligt dat uiterst functioneel is en tevens verbaast door elegantie, de verfijndheid en de bijna extreme eenvoud. En het is pas geslaagd als er een evenwicht is bereikt tussen materiaal, vorm en gebruik.

lees meer

Ruud-Jan Kokke typeert zichzelf als een bouwer, met grote kennis van en liefde voor materialen en constructietechnieken. Hij bewijst dat een doordachte constructie, gedegen materiaalkennis en eenvoudige geometrische uitgangspunten de vorm ten goede komen.

Kokke startte zijn eigen studio in 1986 en steekt zijn energie in het vinden van oplossingen die het gebruiksgemak van zijn meubelen verhogen. Enkele van zijn ontwerpen staan tentoongesteld in het Museum of Modern Art in New York, Museum Boymans van Beuningen (Rotterdam), het Stedelijk Museum te Amsterdam en het Museum für Angewandte Kunst in Keulen. Zijn werk werd nationaal en internationaal meerdere malen bekroond en is gepubliceerd in het vooraanstaande Design Yearbook 1998. Kokke richt zich ook op architectonische en interieurprojecten in o.a. scholen en overheidsgebouwen, alsmede projecten in de openbare ruimte.

 

Wim Quist

wimquist.jpg

Wim Quist (1930) ontwierp bank BQ 01 in 1970

Wim Quist studeert af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam in 1960. Hij begint dan zijn eigen architectenbureau. In de periode 1968-1975 is hij hoogleraar architectonisch en stedenbouwkundig ontwerpen aan de Technische Hogeschool te Eindhoven.

lees meer

De vijf jaren daarna is hij rijksbouwmeester. In 1987 wordt hij bijzonder hoogleraar architectonisch ontwerpen aan de Universiteit van Amsterdam.

De eerste meubelen heeft Quist voor zichzelf ontworpen in zijn studententijd. Echte affiniteit met het ontwerpen van interieurs en meubelen krijgt hij pas tijdens de uitbreiding van het Kröller-Müller.
Daarna ontwerpt hij meer interieurs en meubelen, meestal in samenhang met de architectuur. Bekende meubelen zijn de meubelen uit 1982-1984 voor de werkvertrekken van de koningin in het Paleis Noordeinde in Den Haag.

Quist ziet het meubel als een klein gebouw: beide behoren dienstbaar, doelmatig en duurzaam te zijn en een neutrale sfeer uit te ademen. Bij het ontwerpen gaat hij uit van de eisen die de opdrachtgever aan het meubel stelt. Quist’s bewondering voor het functionalisme, met name de Finse uitwerking daarvan, komt in zijn vormgeving tot uiting: de meubelen hebben strakke, geometrische vormen en rechte lijnen, maar Quist gaat daar vrijer mee om dan functionalistische ontwerpers, bijvoorbeeld door de poten als schuin geplaatste vlakken te ontwerpen. Daarnaast gebruikt hij veel glas en metaal. Hij geeft zijn meubelen geen decoraties, maar let wel op details, zoals de spleet in de bank BQ 01 voor Spectrum.

Quist heeft voornamelijk woningen, kantoren, fabrieken en openbare gebouwen als bibliotheken en musea ontworpen. De uitbreiding van het Kröller-Müllermuseum (1970-1977) is een van zijn bekendste werken. Daarnaast heeft Quist zitting in diverse jury’s voor architectuurprijzen.

 

Paul Linse

paullinse.jpg

Paul Linse (1962) ontwierp in 2003/2004 een zitlijn Spock (fauteuil, 2-zits, 3-zits en poef) en tafelserie Kit.

In 1987 sloot Paul Linse zijn studie Industriële vormgeving aan de Design Academie in Eindhoven cum laude af. Sinds 1992 keert hij hier regelmatig terug, als docent.
Na zijn studie begon Paul Linse voor zichzelf onder de naam Linse Interior en hield hij zich tot 1995 bezig met het ontwerpen van interieurs, accessoires voor de Interni Collectie en meubels.

lees meer

Hij zorgde o.a. voor de interieurontwerpen van “de Wereld” in Amsterdam en het Frans Halsmuseum, waarmee hij de “Frans Halsprijs voor tentoonstellingsvormgeving” won.

Van 1996 tot 1999 was hij als partner en creatief directeur ruimtelijke vormgeving verbonden aan ontwerpbureau Keja Donia. In deze functie hield hij zich bezig met retail concepten en corporate identities en verzorgde communicatie concepten voor opdrachtgevers als Sarah Lee, Canon, Praxis, Nike Europe en KPN Telecom. Ook het inrichten van tentoonstellingen, maken van producties voor woon- en lifestylebladen, en trendwatching voor het Nederlands Interieur instituut (NII) behoort tot zijn CV.

Met zijn huidige Studio Linse ontwerpt hij interieurconcepten waaronder het café/restaurant/lounge Vak Zuid in het Olympisch Stadion Amsterdam en diverse projecten op Schiphol, waaronder nieuwe lounges, maar ook internetruimtes. Van meubelontwerp tot ruimtelijke invulling.

Het tekent de breedheid van Paul Linse, die zichzelf als generalist beschouwt. “In mijn visie moet je interieur altijd zo breed mogelijk benaderen. In de context van een ruimte kun je geen enkel onderdeel los zien. Alles beïnvloedt elkaar, meubels, vormen, kleuren en materialen, niets staat op zichzelf.”
Hij omschrijft zijn eigen stijl als “menselijk minimalistisch”: het gebruik van monumentale vormen, maar toch een gevoel van intimiteit creëren. “Waar minimalisme vaak als kil en afstandelijk wordt uitgelegd, kan het juist heel warm zijn. Minimalisme gaat uit van puurheid, als de juiste balans is gevonden, komt elk onderdeel tot zijn recht.”

Eind 2002 besloten Paul Linse en Spectrum samen te gaan werken en werd Linse als extern Art Director aangesteld. Daarnaast ontwierp hij in 2003/2004 een serie zitelementen “Spock”, met een bijpassende tafellijn “Kit”.

 

Benno Premsela

Gerrit Rietveld

Vormgever en binnenhuisarchitect Benno Premsela was een veelzijdig en vrijdenkend ontwerper. Premsela (Amsterdam, 1920-1997) werd als stylist beroemd met zijn spectaculaire etalages voor de Bijenkorf en runde later samen met Jan Vonk een gerenommeerd vormgeversbureau dat zich ook richtte op textielontwerpen. Als binnenhuisarchitect en (tentoonstellings)vormgever had veel van zijn werk een tijdelijk karakter. Gelukkig maakte hij ook enkele ontwerpen voor grootschalige productie. De spiegel die hij in 1956 voor ‘t Spectrum ontwierp is er een van.

lees meer

“Binnenhuisarchitectuur is een dienend vak”, zei Premsela over zijn werk. “Je moet mensen helpen met het oplossen van hun problemen door ze helder te formuleren.” Dat helder formuleren is tevens van toepassing op gebruiksvoorwerpen die hij maakte: de inmiddels klassieke Loteklamp én, in opdracht van ’t Spectrum, behalve de spiegel, ook een plantenbak. Stuk voor stuk transparante, no nonsens ontwerpen die uitmunten in soberheid. Ontwerpen waarin de menselijk maat centraal staat en die zijn ideeën over less is more illustreren. Dat Premsela enkele ontwerpen voor ’t Spectrum maakte is achteraf geen verrassing. Hij kende Martin Visser, hoofdontwerper van ’t Spectrum uit zijn tijd bij de Bijenkorf. En Visser had nou eenmaal een neus voor het aantrekken van talent.